De derde gemeente: Pergamus

  1. En schrijf aan den engel der gemeente te Pérgamus: Dit zegt Hij, die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft:
  2. Ik weet, waar gij woont, dáár waar de troon des satans is; en gij houdt vast aan mijn naam en hebt het geloof in Mij niet verloochend, ook niet in de dagen van Antipas, mijn getuige, mijn getrouwe, die dood werd bij u, waar de satan woont.
  3. Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat gij daar sommigen hebt, die vasthouden aan de leer van Bileam, die Balak leerde de kinderen Israëls een strik te spannen dat zij afgodenoffers zouden eten en hoereren.
  4. Zo hebt gij ook sommigen, die de leer der Nikolaïten vasthouden: hetwelk Ik haat.
  5. Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik haastig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds.
  6. Wie oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, dien zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witten keursteen geven en Op dien keursteen een nieuwen naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt.

De derde gemeente Pergamus, zetelende in het zonnevlecht-chakra, staat onder de heerschappij van de hemeldemon: Mars.

Dit chakra heeft een absorberend vermogen en neemt zowel de hoge als de lage trillingen tot zich.

De pelgrim, die bij machte is geweest het zonnevlecht-centrum rein te houden, door het niet te vergiftigen met een overmaat aan lagere trillingen, ondergaat de werking van deze zonnevlecht als een beoordeling.

Pergamus, de gemeente van de zonnevlecht, vermag de pelgrim af te houden van gevaarlijke spirituele experimenten en kan hem verder leiden op de voor hem juiste weg.

Een goed werkend Pergamus kan de kandidaat behoeden voor een dodelijke jupiterische uitspatting, en kan hem zelfs beletten deze misleidende zijweg in te slaan.

Er zijn vele mensen die middels de zonnevlecht waarde van personen, religies en sferen kunnen herkennen.

Een gevoeligheid van de zonnevlecht wijst op spirituele ontvankelijkheid, die echter ook kan ontaarden in spirituele afhankelijkheid.

De zonnevlecht, zo hij in opstand komt, wil een waarschuwing doorgeven aan de pelgrim. Er zijn dikwijls trillingen om de mens heen die in disharmonie staan tot zijn eigen fluïdum of ademveld.

Destructieve trillingen werken ziekteverwekkend op de zonnevlecht, reeds vóórdat de mens zich realiseert dat er iets met hem niet in orde is.

Vandaar dat bij psychosomatische storingen de zonnevlecht een belangrijke faktor vormt. Het zich ophouden in een hem antipatisch veld bezorgt de mens organische ziekten, die alle voortkomen uit een innerlijke disharmonie, die door de mens bewust dan wel onbewust wordt verborgen. De activiteit van de zonnevlecht - zo deze gezond is - kunnen de mens waarschuwen tegen disharmonische invloeden.

Het negeren van de ziekteverschijnselen en de waarschuwingen van de zonnevlecht, kunnen tot gevolg hebben dat het zenuwgestel wordt geruïneerd en de zonnevlecht zijn absorptie- en onderscheidingsvermogen verliest.

Een storing van de zonnevlechtwerking, maakt van de kandidaat een overgevoelige, dikwijls sentimentele en weerstandloze mens. Genezing is dan slechts mogelijk binnen een, zowel spiritueel als lichamelijk, rust schenkend veld waar harmonische Godskracht toegevoerd wordt om de zonnevlecht, Pérgamus, te helen of te heiligen.

Een sfeer waarbinnen de zonnevlecht niet op zijn hoede behoeft te zijn en er dus geen directe waakzaamheid van hem wordt gevraagd, doch waar dit chakra slechts absorberen kan en mèt deze absorptie heiliging over zichzelf brengt.

De destructieve disharmonie, die momenteel kosmos en wereld teistert, heeft tot resultaat dat ontelbare mensen lijden aan zonnevlechtaandoeningen zonder dat zij beseffen waar de oorzaak van hun lijden ligt.

De mens is genoodzaakt zich in disharmonische omstandigheden op te houden en zijn verontheiliging van de zonnevlecht, zich uitende in allerlei zenuwziekten, onderdrukt hij met kalmerende middelen.

De oorzaak wordt echter niet weggenomen, kan veelal niet weggenomen worden.

Maaglijden, hartlijden en hoofdlijden vinden veelal hun oorzaak in de verontreiniging van het zonnevlecht-chakra.

In de serieuze pelgrim vormt de gemeente Pérgamus zijn beschermer, zijn strijder voor het goede, zijn verdediger.

Hij zou de kandidaat trede voor trede verder kunnen voeren, zo deze zijn "zonnewapen" in goede orde zou bewaren.

Tot Pérgamus spreekt dan ook de engel die zegt "het tweesnijdende scherpe zwaard te bezitten."

Degene die dit uitspreekt is Hij, die de gemeente Pérgamus in zichzelf tot omwending heeft gebracht, in wie de kracht van Pérgamus werkt zoals het behoort.

Deze engel, deze toebereide zevenvoudige mens kan zeggen:

"Ik bezit het tweevoudig snijdende zwaard" en dat wil zeggen: ik kan het Boven openen en het Beneden sluiten.

Of Boven sluiten en Beneden openen.

Ik ben dezelfde als hij die de twee, sleutels draagt, één met de baard naar boven en één met de baard naar beneden.

De engelen der zeven gemeenten zijn in werkelijkheid één wezen: de zevenvoudige mens, die in binding staat met de zeven krachten, demonen, stralen der kosmos.

En die op hun beurt weer in binding behoren te staan met de goddelijke Oerkracht.

Daarom wordt er in de brieven nooit uitsluitend tot één gemeente gesproken, want de engel die de zeven sterren in de hand houdt kent slechts één eenheid: de zevenvoudigheid.

Elke brief besluit dus met de woorden "Hij die oren heeft om te horen hoort wat de Geest tot de gemeenten zegt."

In de pelgrim moeten àlle gemeenten luisteren naar de herscheppende Geest, naar de trilling der zevenklank.

Daarom wordt juist in Epheze, degene die de Boom des Levens levend houdt en waardoor de middelende werkzaamheid actief blijft, benadrukt, dat degene die tot hen spreekt de zeven sterren in zijn rechterhand houdt en in het midden der zeven kandelaren wandelt.

De in- en uitgaande levenschenkende spirituele ademhaling is steeds in het midden van alle gemeenten;deze ademhaling brengt leven, wendt om en wekt op.

Met behulp van deze Epheze-engel die de zeven sterren in de rechterhand houdt wordt het oude kleed vernietigd en het nieuwe kleed geweven.

Dit omgewende Epheze, met de zeven sterren als overwinningsteken lichtend in de hand roept de Christuskracht naderbij !

Mars, de demonische heerser van Pérgamus, zal de omwending moeizaam volbrengen, want zijn martiale kracht is een vuur dat vernietigt of dat herschept.

Mars kan het hemelrijk openen, maar hij kan eveneens het demonenrijk ontsluiten. Het tweesnijdend zwaard van Pérgamus kan een strijd ontketenen tussen hemel en hel, maar het bezit eveneens de macht de hel toe te sluiten en het hemelrijk wijd te openen voor de pelgrim, die zich overgeeft aan de oorspronkelijke werkingen der zeven gemeenten.

" Ik weet waar gij woont, Pérgamus ", zo spreekt de engel, “namelijk dáár waar de troon des satans staat."

Gij echter, houdt vast aan mijn naam en hebt het geloof in Mij niet verloochend, (daar gij uw gaven aanwendt) ook niet in de dagen van Antipas, mijn getrouwe getuige, die gedood werd bij u, daar waar de satan woont."

De stem vanuit het Godsgebied, gestaltenis genomen hebbende in Antipas (d.w.z. hij die door de stof heen schouwt) wordt gedood door hen die leven uit het oude Pérgamus en het martiale tweesnijdende zwaard zowel naar boven als naar beneden richten. 

Zij wier zonnevlechtwerkzaamheid gedood is door de aanvallen der grove lagere trillingen hebben het "zwaard van Pérgamus" nu tegen zichzelf gericht.

Het absorptievermogen van de zonnevlecht is onbetrouwbaar geworden; de werking van de zonnevlecht wordt dan uitsluitend destructief, zoals een zwaard in de handen van een bezeten mens kan zijn.

Elk verlangen naar bewustzijnsverruiming en naar geestelijke verrijking wordt in deze mens gedood.

Zij, die deze demonische destructieve macht van Pérgamus als leidsman bezitten wonen inderdaad dáár waar de troon des satans staat.

De oude martiale kracht van Pérgamus is als een zwaard des vuurs dat alles vernietigt zonder diepgaand onderzoek.

Deze mens vormt zijn oordeel door hardheid en onkunde en hij richt in blinde bezetenheid zijn zwaard op het geestelijke zowel als op het materiële leven.

Hij is vervuld van satanische – saturnale (Epheze) - kracht en hij leeft daar uit, vindt zijn woning in het trillingsrijk van Satanaël.

Hierdoor wordt Smyrna weerhouden van zijn etherisch-spirituele experimenten, doch elke vernieuwende levensimpuls worm eveneens in de kiem gesmoord.

Hij snijdt Epheze de goddelijke Adem af en bevordert diens verharding, doch hij belet eveneens schijn-spirituele oefeningen met de physieke adem. 

De hemeldemon Mars wordt ook wel genoemd: de Sterkte Gods of Michael, de strijder tegen de draak.

Pérgamus verandert echter pas in deze "Sterkte Gods" wanneer de raad des engelen is opgevolgd en deze gemeente waarlijk een "afgezant Gods”, een Michael geheten kan worden.

Zodra de zonnevlecht, als de beoordelaar, in reine staat wordt bewaard door de levenshouding van de pelgrim, zal dit chakra een zeer waardevolle steun worden op het Pad Omhoog.

Dóór het juist gebruikte tweesnijdende zwaard van Pérgamus worden het hart en het hoofd beschermd.

Staat Pérgamus, de zonnevlecht, echter onder de overheersing van de demonische oude Mars dan wordt hij een gevaar voor hart en hoofd.

Het tweesnijdende zwaard gaat de demonische gerichtheid van hart en hoofd beschermen en de verharde zonnevlecht bewaakt de versteende, halsstarrige instelling van hart en hoofd en stimuleert het fanatisme.

Dit Pérgamus-zwaard treft de medemensen dan als een doorklievende dood en er is geen mogelijkheid tot een verrijkende, belevendigende uitwisseling van gedachten.

Vóórdat er een leven schenkende activiteit is geboren doodt het tweesnijdende oude martiale zwaard reeds, zo alle leven in de Epheze-dood veranderend.

In deze zonnevlecht, zo zegt de astrosofie, leeft het wezen van de schorpioen, die zijn angel omhoog richt ter verdediging, of naar beneden richt tot zelfdoding. 

Daar leven verborgen krachten, die nimmer naar buiten treden, maar die de mens beheersen zonder dat hij dit beseft.

De kracht van het vuur èn van het water, anders gezegd: de essentie van Inzicht èn Geloof leeft in de zonnevlecht.

Echter altijd in het verborgene, als geheimenis, dat slechts bekend wordt maakt aan de bewuste pelgrim op het Pad Omhoog.

"Ik heb tegen u," zo spreekt de engel tot Pérgamus, "dat gij onder u hebt die de leer van Balaäm (de waarzegger) belijden, die de kinderen Israëls afgodenoffer deed eten en hoereren."

Pérgamus bezit een sterke binding met het hart (Thyatire), waarbinnen overspel wordt gepleegd met de profetes Izébel, èn het bezit eveneens een sterke binding met het hoofd, waar afgodenoffer (schijnspirituele kennis van het doffe derde oog of de pinealis) tot voeding genomen wordt.

De "leer van Balaäm" is een leer die het hoofd en het hart binnendringt, het is de experimenteel spirituele leer van de oude zevenheid.

Het zich overgeven aan "waarzeggerij" is altijd een bezetenheid van hart en hoofd, het is nooit een geloof of een religie. Zulk een "leer van Balaäm" behoort tot het "spel der gevangenschap", zoals in de brief aan Smyrna staat.

Er zijn er onder u, die de leer der Nicolaïten aanhangen, hetwelk Ik haat. 

Nicolaïten zijn volgelingen van Nicolas, een "diaken of getuige”, die met zes medebroeders tot één getuigenis moest komen. Hij echter getuigde voor zichzelve, en riep zichzelf tot uitverkorenheid, zo de harmonie van deze zevenvoudige getuigenis verstorende.

Hetwelk de engel haat.


Zij, die vanuit de gemeente Pérgamus, of de zonnevlecht gaan getuigen worden de fanatieke voorvechters van een zeer persoonlijk dogmatisch inzicht, dat de universaliteit van het Woord ten Leven heeft verloren.

Dit is de ziekte van Pérgamus.

Deze lieden banen zich een weg met het tweesnijdende martiale zwaard en zij verzieken hart en hoofd (lichamelijk en geestelijk ) waardoor de verbroken werking van het kruin-chakra (Laodicea) hen tot "waarzeggerij" brengt, en tot macht met behulp van de weerspiegelende ether van de aardeplaneet.

"Bekeer u”, zo zegt de engel tot deze dwaze Pérgamus-strijders, "zo niet, dan zal Ik tot u komen en u bevechten met het zwaard dat uit mijn mond komt."

Zo niet, dan zal Ik, de Zevenkracht, tot u komen en u vernietigen door de volmaakte trilling van de Zevenklank, die Ik via de volkomen omzetting prononceer.

Deze Zevenklank is het zwaard der Oertrilling, dat alle tegenstand tot zwijgen brengt.

Dan zullen deze strijders worden tot machtigen, tot geestelijk blinden die het “tweesnijdend zwaard" uit de handen is geslagen. 

Die echter overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna dat verborgen is en Ik zal hem geven een witte keursteen, waarop een nieuwe naam geschreven, die niemand kent.

 De pelgrim die erin slaagt het zonnevlechtchakra rein te houden zal een witte keursteen bezitten, die straalt met een nieuwe Naam, de naam die beduidt: Sterkte Gods of Michael.

Deze kracht verslaat de draak en opent de hemelen als door een magisch tweesnijdend zwaard. 

De ridder Michael kent geen vrees, want de trilling van de witte keursteen verlicht de Weg vóór hem en scheidt het lagere van het hogere.

Dan wordt deze pelgrim gelijk aan de mythische Prometheus, zoals men Mars ook wel eens in de hogere Wijsbegeerte noemt, hij die "vooruit ziet" en het Vuur der Goden tot de mensen brengt.

Het is de zonnevlecht die "vooruit ziet", de witte keursteen, de verborgen antenne op de Weg van de Trooster.

Zolang het pinealis-oog nog niet is geopend moet de kandidaat arbeiden met dit Prometheus-talent dat ontwikkeld wordt -zo het goed is- door het Vuur Gods.

De nieuwe naam van de witte keursteen is het verborgen mantram dat de pelgrim ontvangt van de Universele Meester.

Deze naam is zijn inwijding in de werkingen van het Boven en het Beneden en vormt de onverbrekelijke verbintenis met de trilling des Allerhoogsten.

Herken daarom de oorspronkelijke werkzaamheid van Pérgamus, de zonnevlecht, in u en dood zijn activiteit niet, want het tweesnijdende scherpe zwaard zal zich tegen u keren met al zijn oude, martiale kracht.

Laat dit zwaard van Pérgamus de juiste handeling naar buiten brengen en binnen in u de Trooster helpen realiseren.


1970 - 2019, copyright Henk en Mia Leene