Opvattingen rond het getal Zeven

De zevenheid of de zevenvoudigheid speelt een belangrijke rol in velerlei okkult-mystieke leringen.

Vanuit de oudheid komen overleveringen tot ons met betrekking tot het getal zeven, die aanleiding werden tot mystieke gewoonten en spirituele overtuigingen, die een voorname plaats zijn gaan innemen in het denkleven.

In de Bijbel treft men de zevenheid aan in de zeven kleuren van de regenboog, die tesamen te belofte Gods, de troost des Heren vormen.

Elk van deze kleuren heeft zijn specifieke waarde:

  • Rood:         het begin-vuur, energie;
  • Oranje:       schijn-liefde, schijn-spiritualiteit, bedrog;
  • Geel:          de bemiddeling
Groen:        het levens-elixer;
  • Blauw:       reinheid, waarheid;
  • Indigo:       evenwicht in de geestelijke strijd;
  • Violet:        evenwicht in de geestelijke strijd; verbintenis tussen God en mens.

Zodra de mens deze zeven kleuren als een eenheid in zijn aurisch stralingsveld bezit is hij gereed gekomen om als middelaar tussen het boven en beneden werkzaam te zijn.

De zeven kleuren stralen aan de hemel als een getuigenis Gods, een belofte waarin troost, overwinning en heerlijkheid besloten liggen.

Als natuurgebeuren is de regenboog het bewijs van de fundamentele zevenheid der natuur, als symbool is hij de harmonie der zeven kleuren, die in de mens tot één moeten worden.

Op het verschijnsel van deze zevenvoudige regenboog hebben religieuze voorgangers hun hoop gebouwd, en hebben zij de mens mentaal trachten te verenigen met het beeld der zevenheid.

Deze zevenvoudige boog wordt het zichtbare teken van de verbintenis tussen God en mens genoemd, een bewijs van Gods bescherming.

In werkelijkheid is hij een kosmische openbaring der harmonische zevenvoudigheid in de natuur.

God, het Licht, het Oeratoom van de schepping is alomtegenwoordig en zijn kracht vindt men zowel in de kosmos als in de mens. De zevenheid, die de regenboog vertegenwoordigt, vindt men eveneens in de kosmos en in de mens terug.

Achter de harmonie van de zevenvoudige eenheid straalt het grandioze onmeetbare witte Licht.

Door de harmonie van deze zevenheid maakt het Licht zich bekend.

Wil de mens als doorvoerkanaal voor dit Licht dienen dan moet de zevenheid, die zich in zijn zeven chakra's bevindt, harmonisch, rein en onbeweeglijk worden door de afwezigheid van ik-centrale trillingen.

De symboliek der zevenheid is door de mensheid dikwijls slecht begrepen geworden; occulte leiders hebben steeds beslag gelegd op de symboliek der zevenheid zonder de diepte der zevenvoudige ikloze harmonie juist te verstaan.

Het in eenheid samenwerken van de zeven kleuren of zeven chakra's in de mens vormt de grandioze voorbereiding tot wording van de innerlijke zaligspreker, die de acht gaven der zaligheid aan de mensheid overdraagt.

Binnen de sfeer der occult-mystieke leringen is er een voortdurend gevecht aan de gang om het innerlijk bezit van de verheven zevenheid, zonder dat men verstaat dat het doorgronden van deze zevenheid elke gedachte aan strijd of streven uitsluit.

Het kennen van de spirituele zevenheid is het zich overgeven aan de absolute rust van het kleurloze, strijdloze en het “de diepe vrede” bezittende Wit.

In het Openbaringenboek wordt gesproken over de Zeven Gemeenten die in Asia zijn, waarvan de engel met de zeven sterren in de rechterhand een vertegenwoordiger is.

Het Openbaringenboek is het Boek der Aquarius-era. Het is het boek waarin de mens zichzelf kan herkennen als Individuum, d.w.z. als ziele-individuum.

De laatste fase dezer natuur-openbaring wordt er zowel kosmisch als individueel in beschreven, de fase, die voorafgaat aan de apotheose: de Overwinning of het Oordeel.

Indien de engel uit het Openbaringenboek werkelijk de vertegenwoordiger zou zijn van de historische christengemeenten in Asia, dan zou het machtige geschrift van Johannes niets anders worden dan een bekrompen getuigenis van een fanatiek religieus ijveraar.

Zo men de Bijbel (speciaal het Nieuwe Testament) als een universeel Geschrift wil beschouwen, waarin het Woord Gods als een getuigenis en een spirituele leer voor heel de mensheid is neergelegd, dan mag men deze Bijbel niet degraderen tot een louter historisch gegeven.

In deze opvatting vervallende wordt de Bijbel niets anders dan een prikkelend banaal, dweperig geschiedenisboek, dat de huidige mensheid niets bijzonders te vertellen heeft.

Het Oude Testament bevat grotendeels historische gegevens, uitgezonderd de Pentateuch, die gebaseerd zijn op universele overleveringen.

Gelijk alle spirituele geschriften over geheel de wereld hun geheimen echter onder symbolentaal verbergen, zo kent ook de Bijbel zijn symboliek.

Als symbolisch spiritueel geschrift neemt het Nieuwe Testament een eerste plaats in in de rij van geestelijke overleveringen der volkeren.

Zodra men het Openbaringenboek nagelt aan een aardrijkskundige streek in Azië, wordt het geschrevene enigszins belachelijk en vooral kleinzielig dogmatisch.

Plaatst men het visioen van Johannes echter in de majesteitelijke grootsheid van de oer-zevenheid dan wordt het boek onvoorstelbaar schoon en diepzinnig.

In de oudheid kende men eigennamen een symbolische betekenis toe en alle priesters en wijzen hielden daarmede rekening.

Johannes, als een ingewijde, is daarmede beslist op de hoogte geweest en daarom koos hij de naam: "Asia", als een aanduiding voor "het middelende veld".

De Zeven Gemeenten in Asia, als vertegenwoordigers van de zeven kleuren, behoren nauw samen te werken om dit "middelende veld" geschikt te maken om het Godslicht te ontvangen.

Eén gemeente, één kleur kan niet verhevener, belangrijker zijn dan de overige zes kleuren. Allen moeten zij tot éénheid komen opdat uit Asia, uit het middelende veld, het goddelijke Wit, reinheid, rust opstijge.

De disharmonie van deze zeven kleuren of "gemeenten" bepaalt de doorlopende disharmonie in de wereld en in de mens.

Vanuit de centrale kern der kosmos worden de zeven kleuren, de zeven trillingsgeheimen in het universum ingestraald als een wet.

Natuur en mensheid ontvangen deze trillingen en verwerken ze op hun eigen wijze. Gezien natuur en mensheid disharmonisch geworden zijn, door mangel aan Licht, verbreken zij doorlopend de harmonie der zeven stralen of trillingen.

De wonderbaarlijke werking van de kosmische zevenheid, als middelende kernkracht, is door het onverstand en de bezitsdrift der mensheid tot haar tegendeel geworden en vormt zo een belemmering in de spirituele opgang van de mens.

De oorspronkelijke heiligheid (d.w.z. heelmakende werkzaamheid) van de zeven kleuren, of de zeven stralen, of de zeven krachten is verworden tot een onheiligheid, tot een explosieve materie, waarin fanatici hun eigen onheilige theorieën trachten te verbergen.

Men kan zeggen dat de "zeven gemeenten van Asia" de zeven middelende trillingen of de zeven kleuren zich van elkander verwijderen, in de mens en in de kosmos en elk hun leven gingen leiden tot eigen zelfverheerlijking en zelfbevrediging.

Elk van deze “gemeenten" of "kleuren" verving de oorspronkelijke Godskern door een ego-kern, waarna een algemene disharmonie het gevolg was. De resultaten daarvan zijn in mens en wereld te onderkennen.

De tijd gaat echter verder.

Binnen het scheppingsplan is een bepaalde limiet vastgesteld waarbinnen de zeven gemeenten of kleuren tot eenheid en harmonie gekomen moeten zijn. De "Dag des Oordeels", zoals de dogmatisch christen deze limiet noemt, komt naderbij.

De bazuinen van het Openbaringenboek zullen eens geheven worden en op dat tijdstip moeten de zeven kleuren, de zeven grondtonen in natuur en mens wederom verenigd zijn tot de Goddelijke Harmonie.

De oude Chinese leringen zeggen:

"In de Aquarius-era wordt de achtvoudigheid bekend gemaakt".

Dit betekent het einde van de zevenvoudige openbaring.

Wanneer de Zeven Gemeenten in harmonie samensmelten dan wordt uit hun schoot de Achtste Gemeente geboren, een gemeente die zich niet meer in het "middelende veld" van Asia bevindt, maar die het stofgebonden levensveld heeft verlaten.

Deze Achtste Gemeente bezit het wit als uitstralende kleur, gelijk een onaardse trilling. Het is de Kleur van het reine gewaad waarin de pelgrim vanuit het .land van het aardse zijn tot het land van het "niet-zijn" doorbreekt.

In de brieven aan de Zeven Gemeenten staat te lezen hoe elk van hen opgeroepen wordt boete te doen, zich in te keren en te worden tot een Gemeente van Uitverkorenen.

Zij moeten allen werken om gezamenlijk tot de Gemeente der Uitverkorenen te komen.

Deze uitverkoren Gemeente, gevormd uit de essentie der Zeven Gemeenten, is door de ban van de noodorde-wet heengebroken en stijgt boven de begrenzing van de zeven trillingen, die het noodorde-universum beheersen, uit en komt tot het geheim van de heilige acht Zaligsprekingen.

Van zulk een Uitverkoren Gemeente en van zulk een uitverkoren mens kan men zeggen dat hij de Ring van Saturnus, de magische trilling van de Poortwachter, heeft doorbroken en bezig is over te steken naar het Land der Onbegrensdheid.

De zevenvoudige trilling of stralingswerkzaamheid, die via de kosmos de wereld gevangen houdt heeft in de oorsprong werkelijk Zeven Gemeenten, zeven samenwerkende broederschappen gekend, die tot taak hadden het Bergrede-leven aan een bewuste groep mensen over te dragen.

Tesamen realiseerden deze Zeven Gemeenten de eenheid van de regenboog, de eenheid van de Zevenvoudige Geest of Trooster.

Zonder de eenheid van deze zeven trillingen zouden zij niet in staat zijn geweest de Openbaring der acht Zaligsprekingen bekend te maken.

Slechts de eenheid der zeven stralen, trillingen of kleuren brengt de realisatie van de Daad der acht Zaligsprekingen. Dit geldt voor een Gemeente of groep en dit geldt voor de mens zelf.

Dit alles is in de wereldhistorie na te gaan.

De acht leringen der Zaligsprekingen werden steeds opnieuw door de Boodschappers dezer Gemeenten aan de mensheid bekend gemaakt, doch slechts een kleine groep ging tot realisatie over, terwijl de grote meerderheid gevangen bleef binnen de aanbidding der zeven stralingswerkzaamheden en niet in staat was de drempel tussen de mystificatie en de Daad te overschrijden.

Zodra men zichzelf opsluit binnen de ring van de zeven werkingen en weigert zijn blik te richten op de universele grootsheid van de acht gaven der Zaligheid, richt men een muur op tussen de verwerkelijking en de theorie.

Indien iemand een universele leer wil prediken dan behoort deze altijd een Leer te zijn die de doorbraak tot het ongenuanceerde wit van de harmonie der zeven kleuren onderwijst.

Wit is de kleur van het niet-zijn.

Niemand van één der Zeven Gemeenten kan zeggen: “Ik ben de waarheid”.

De waarheid blijft altijd aan zichzelve gelijk: neutraal - wit.

De waarheid is onpartijdig, kleurloos, zij IS. Slechts een harmonische zevenheid brengt deze troostende Waarheid.

Zodra de zevenheid onderling disharmonie vertoont verliest zij de harmonie van de troostende Trilling Gods en gaat zij onder in de verbrokenheid van alle wereldse trillingen.

In de universele leer, en dat betekent: in de tot ons overgedragen leringen van universele Boodschappers, noemt men de zevenvoudigheid: de harmonie tussen hart en hoofd.

Zodra hoofd en hart harmonisch samenwerken kent de mens de eenheid der tegengestelden. Dan is hij gereed gekomen om "de Olijfberg" te beklimmen en de acht Zaligsprekingen te beluisteren als een uitverkorene, die verstaan kan.

Zij, die de wonderbaarlijke werkzaamheid van de harmonische zevenheid begrepen hebben, zullen zich nooit vastklampen aan de eigen uitverkorenheid, daar zij door zulk een levenshouding de universaliteit verliezen en terugkeren tot de arrogante en bekrompen verheerlijking van één van de zeven kleuren.

De kandidaat op het Pad der Verborgen Wijsheid moet zich nimmer baseren op het fundament van "ik ben" of "wij zijn” (wat op hetzelfde neerkomt), maar hij moet zich allereerst leren zijn eigen begrenzing te doorbreken en zich op te heffen tot de onbegrensdheid van het universele, alomtegenwoordige Licht met de overtuigende aanroep in hart en hoofd: " Gij zijt, O Licht! "

Slechts in deze gerichtheid komt de mens tot een innerlijke eenheid en kan hij zichzelf verliezen in de machtige, magische alomtegenwoordigheid van het Hart van het Universum: de Eenheid die was en die is en die wederom komen zal.

Het is nooit de bedoeling geweest dat de mens zich zou gaan opheffen tot een sektarische god, die één enkele kleur vertegenwoordigt. Zulk een god is nimmer universeel en dus nooit alomtegenwoordig.

De mens moet zich uit zijn eigen innerlijke verdeeldheid, zijn eigen begrenzing en zijn eigen gevangenis losbreken om zichzelf weg te schenken aan de alomtegenwoordige universele Trilling, die voor hem direct bestaat uit de harmonie der zeven trillingen.

Deze harmonische zevenheid is de middelaar, de Trooster die zijn kracht ontleent aan het universele Oeratoom, het Hart des Levens.

Zodra de mens in zichzelf de harmonie der zevenheid realiseert klimt hij met behulp van deze hervonden oerharmonie op tot de Daad der achtvoudige Zaligheid.

Dan zal het denken zich niet meer bewegen tussen vast omlijnde beelden, die nimmer veranderen, maar het zal zich losmaken van alle vormen, beelden en gedachten binnen deze natuurorde.

Zo zij, die de mensheid onderwijzen en door wie een mens misschien tot inzicht kwam, waarlijk de goddelijke onzelfzuchtigheid voorstaan, dan laten zij de mens vrij om in denken, gevoelen en handelen vóórt te gaan op de Weg, die deze voor zich ziet.

Hij, die zijn medemensen liefheeft als zichzelf, neemt nooit hun hoofd en hart gevangen, maar lij laat hen de vrijheid om tot de hoogste harmonie te komen: de eenheid van hart en hoofd.

Slechts in vrijheid kunnen hart en hoofd naar elkander toegroeien, kunnen zij zich optrekken aan de eigen steeds veranderende projecties in de ethervelden.

Zo de pelgrim voortstuwende naar het hoogste beeld: de onbegrensdheid, de klankloosheid en kleurloosheid van het reine wit dat alomtegenwoordig is door de realisatie van het Niet-Zijn.

1970 - 2019, copyright Henk en Mia Leene