Tin III

Zoals we bespraken staan de zeven metalen in nauwe verbintenis met de innerlijke en uiterlijke menselijke gedragingen. 

Het ijzer bevordert agressiviteit en moed; 

het koper bewerkt verbintenissen en ontvankelijkheid; 

het zilver reflecteert de verborgen activiteit; 

het lood versterkt de vorm; 

het kwik geleidt 

en het tin rangschikt. 

Dit zijn in het kort de werkingen der zeven metalen en hun gezamenlijke actie bepaalt ons handelingsleven, ons denken, ons gevoelen. 

De disharmonische gesteldheid van elk der zeven metalen veroorzaakt ziekte, zoals wij leverkwalen kunnen wijten aan de verstoorde activiteit van het tin. 

Deze metalen vertegenwoordigen zowel stoffelijke als geestelijke activiteiten en ook zij zullen moeten transfigureren, zullen zich moeten omzetten als onderdeel van de spirituele omzetting des mensen. 

Een metaal dat door een sterke ziele-instraling bezig is zich om te zetten, verlegt zijn arbeid op het spirituele vlak en helpt daarbij de mens om spirituele handelingen te volvoeren. 

Het ijzer zal doorzettingsvermogen bevorderen; 

het koper zal een spirituele ontvankelijkheid brengen; 

het zilver  zal de zielebeelden weerkaatsen; 

het lood zal een vastbesloten gerichtheid uitdrukken; 

het kwik zal een spirituele intelligentie te voorschijn roepen 

en het tin zal de mens etherisch verfijnen. 

Deze spirituele activiteit hangt natuurlijk nauw samen met de spirituele taak van de zeven planeten of de zevengeest. 

De stoffelijke, gedegenereerde planetaire reacties worden geconcentreerd in de zeven hoofdzonden. 

Het tin animeert de gulzigheid, de zonde van Jupiter. 

Een gulzig mens, hetzij stoffelijk hetzij geestelijk, wil zichzelf zat eten aan hetgeen hij "lekker" vindt, of hetgeen hij "interessant dan wel spiritueel" vindt. 

De stoffelijke zonde gaat via de tong en het daarin besloten tinelement; de noch stoffelijke noch geestelijke activiteit, de z.g. tussenwerking, gaat via de huid, die trillingen opneemt als een spons, waardoor de mens bepaalde situaties, "zat" kan worden. 

De spirituele gulzigheid echter wreekt zich in de lever; spirituele gulzigheid is een onoordeelkundig absorberen van etherische of spirituele voeding. 

Mediamieke mensen staan open voor vrijwel alle etherische trillingen, zowel de grove als de fijne. 

Zij overvoeden zichzelf, waardoor de lever verstek laat gaan. 

Organische kwalen waarmede men geboren wordt zijn altijd een erfenis uit het mikrokosmische verleden en men kan die opheffen dan wel lenigen door een radicaal veranderde levenswijze. 

Actuele organische stoornissen zou de mens kunnen genezen  door inzicht en een verandering van levenshouding en levens-omstandigheden  

Het komt echter maar al te dikwijls voor dat de mens het inzicht bezit, maar de wil of de moed niet heeft om de consequenties van zijn inzicht te aanvaarden. Het is geen wonder dat zulk een mens met al zijn kwalen blijft sukkelen. 

Consequent reageren, moed tonen, zijn gaven van het ijzer. 

De moed en de "drift" van het ijzer kunnen beteugeld worden  door de kwaliteit van een ander metaal. 

Harmonie is altijd daar aanwezig waar de zeven metalen of de zeven gemeenten in Asia, op elkander afgestemd zijn en elkander stimuleren dan wel afremmen. 

Wanneer de mens veroudert, wordt zijn huid een getuigenis van zijn ervaringsleven, de huid tekent zijn indrukken op. 

Oude, waarlijk wijze mensen stralen een begrip, een lankmoedigheid en een mededogen uit die de jongere tot zich trekt. 

Deze uitstraling is mede te danken aan de werkzaamheid van het tin in de huid, dat de mens gerangschikt heeft onder de "wijzen", dan wel onder de "ledigen". 

Ook op oudere leeftijd kan men bemerken hoe het tin van de tong en het tin van de huid zich op elkander gaan afstemmen, de tong draagt wijsheid over dan wel zinloos gebabbel. 

De mens zal zich, of hij wil of niet, altijd verraden tegenover de opmerkzame waarnemer, omdat de werking der metalen nooit liegen kan, zij werken zoals ze zijn.  

Juist dit tegengaan of tegenwerken van de ware activiteit van zijn metalen wekt in de mens, vooral in de spirituele kandidaat, een ziektebeeld op. 

Ieder metaalelement zet zijn karakteristiek door, of de mens dit  wil of niet, schaamte, angst, onwil zijn aspecten die een innerlijke strijd ontketenen, waardoor er een disharmonie optreedt. 

Vele mensen willen zo graag anders zijn  dan zij zijn, en daarom suggereren zij zichzelf een bepaalde levenshouding of een bepaalde status, niettemin spreken hun innerlijke metalen  hun eigen taal. 

Gevolg: ziekte, nerveuze stoornissen. 

De missing link ligt wederom bij het inzicht waarvan de consequenties niet worden aanvaard. 

Dit is helemaal geen nieuwe zienswijze, maar zo wordt de vinger slechts op de wonde gelegd, opdat de mens het schrijnen gevoelt en er daardoor misschien daadwerkelijk iets aan gaat doen. 

Het tin, als Jupiter element, vertelt door het ouderdomsproces aan de buitenwereld wie wij waarlijk zijn. 

De jonge mens kent nog de levendigheid, de mogelijkheid van het kwik (Mercurius-metaal), het medegevoerd worden met Mercurius (Hermes) over de Styx. 

Het leven bezit nog allerlei wonderen. 

De oude mens gaat over naar Jupiter, verlaat het onrustige Mercurius-bewegen en zo wordt er een stempel op hem gedrukt, waaronder hij niet meer vermag uit te komen. 

Men zegt toch wel eens: "Hij is te oud, hij verandert niet meer." 

Inderdaad! 

De oude afgeleefde mens die zijn inzicht niet levend houdt, die zich te vermoeid gevoelt voor de levendige kwikzilverachtige beweging van de inademing en uitademing der spirituele ideeën, verandert niet meer, omdat hij aan metaal-vermoeidheid lijdt. 

Tenslotte komt de dood, als het saturnale einde dat de stofvorm wederom tot de stof terugbrengt. 

Dit behoeft echter geenszins het geval te zijn bij de spiritueel wakkere mens. 

Deze houdt zijn metalen werkzaam en vooral: het Hermes-metaal (Mercurius-metaal) schenkt hem een innerlijke levendigheid, een soepelheid die ver boven elke lichamelijke activiteit uitgaat. 

Deze oude mens wordt dan een "wijze", iemand waarin de zeven metalen op edele manier samenwerken. 

Een spiritueel, innerlijk actief mens behoudt lang zijn jeugdige kwaliteiten, hoewel hij uiterlijk soms oud lijkt. 

Zulk een spirituele jeugd zal uit zijn ogen stralen, en zal uit zijn mond als diepzinnige woorden vloeien, en zal uit zijn huid de medemens tegenstralen. 

De uitbeelding der Griekse godheden was in overeenstemming met deze werking der metalen. 

Mercurius (Hermes) zag men als een jonge, levendige god, Jupiter (Zeus) was de krachtige stralende volwassen god en Saturnus de wijze oude, de wijsheid gevangen in de mens. 

Deze kennis omtrent de metalen is een zeer oude volks-overlevering en men benutte deze reeds in het Atlantische tijd-perk. 

Heden is er veel van deze kennis verloren gegaan, omdat de mens de intuïtieve binding met de natuur en haar rijken mist. 

Daar waar geen binding meer is, wordt er geen leer of geen boodschap meer overgebracht. Hieruit volgt ledigheid, het ontbreken van wijsheid, waarnaar de hedendaagse mens weer zo intensief kan verlangen. 

Alle werkingen, uitdrukkingen en reacties in de natuur hangen echter zo nauw met elkander samen, dat het een niet zonder het ander kan bestaan. 

Nu in deze moderne, geïndustrialiseerde tijd de werkzaamheid  van de vier natuurrijken wordt ondervangen, vernietigd, dan wel vervormd, mist de mens het contact met zijn omgeving. 

Chemische voedingsmiddelen, tegennatuurlijke verpakkingsmiddelen en nog veel meer onnatuurlijke uitvindingen vormen  een rem voor de wisselwerking mens - natuur. 

De oude esoterische leringen zeggen dat er een drievoudige eenheid nodig is om tot goddelijkheid of tot God te komen: God - geest - ziel, maar tegelijkertijd: ziel - mens - natuur. 

De ziel als gevangene van het lichaam is afhankelijk van de harmonie tussen mens en natuur en deze harmonie wordt de mens heden veelal aan buitenaf ontnomen. 

Men wil altijd, zoals in de moderne geneeskunde, het gevolg wegnemen, maar men vergeet de oorzaak op te sporen. 

Zo gaat het ook in de spiritualiteit: de mislukking vindt zijn oorzaak in een diep verborgen disharmonie. 

Men kan zulk een mislukking niet uitdoen door een nieuw experiment uit te proberen, want ook dit zal falen. 

Men moet het innerlijke kruispunt vinden waarop er iets is misgegaan en van daaruit kan men met succes verder bouwen. 

Wanneer de mens enige kwaliteiten van bepaalde metaalelementen ontbreekt, dan moet hij zichzelf afvragen: "Hoe is dat ontstaan en hoe verhelp ik mijn gebrek?" 

Dan komt men altijd terecht bij een rectificatie van de momentele levenshouding, die zijn oorzaak vindt in het denken. 

De jonge mens bezit veelal nog geen spirituele wijsheid, omdat  hij teveel, gezien zijn fysieke ontwikkeling, op de stof is gericht, maar dikwijls wil hij wijsheid zoeken, zijn eigen wijsheid aan-vullen door bij de oude mens te rade te gaan. Ook deze wisselwerking is echter in onze huidige maatschappij-structuur weggevallen. 

De spirituele ontvankelijkheid als resultaat van een positieve  sterke ijzerwerking samengaande met een onbevooroordeelde, reine en open hartinstelling als koperwerkzaamheid, ontbreekt vrijwel de meeste mensen. 

De ontwikkeling der metaal-activiteiten in de mens is gelijk een weg-omhoog, een wegsturen: het begin ligt gebed in de ijzer-koper verhouding en het einde culmineert in het goud, de zon, de geest. 

De verhouding van mens tot mens is veranderd en ontwricht, omdat de mens zelf ontwricht is. 

Het nastreven van het eigenbelang is tot een ziekelijke obsessie geworden en desorganiseert het denken en het gevoelen van de mens. 

Vanuit dit verziekte denken en gevoelen benadert hij zijn mede-mensen, waardoor een harmonisch, belangeloos liefdecontact niet meer mogelijk is. 

Eenzaamheid is de gesel van deze geïndividualiseerde tijd, omdat de mens zich steeds meer opsluit in zichzelf, in de vormen-gevangenis; een disharmonische tinwerking bewerkt afscheiding van zijn medemensen, een disharmonische Saturnus of lood-werking veroorzaakt een verharde individualisatie, het co˚te que co˚te opbouwen van een egocentrische privacy. 

Deze saturnale werking is natuurlijk zeer actief in deze Aquarius-era, waarin de spirituele Uranus-kracht geen ingang gevonden heeft. 

In deze tijd zien wij hoe de tragedie van de vervloeking der zeven gemeenten in Asia (Openbaring 2) zich aan het voltrekken is. 

Niet omdat God of een hogere Macht dit zo graag wil, maar  omdat de zeven geesten niet tot een volkomen reiniging meer kunnen komen. 

Zij hebben zichzelf vergiftigt en de "weg-terug" blijft een vrome wens, zolang de oorzaak niet wordt aangegrepen. 

De protesterende, verontruste mens grijpt in wanhoop de ge-volgen aan, hij wil het kwaad uitdelgen, maar hij vermag de oorzaak niet te vinden, omdat die in ieder individu verborgen blijft.  

Het wangedrag van vele individuen tezamen voltrekt het oordeel over de natuur en de mensheid; de massa volgt het individu, zij is als een log beest dat door een felle zweep in bedwang kan  worden gehouden. 

Hij, die de zweep hanteert en de richting aangeeft, hij is verantwoordelijk. En deze leidende figuren zijn zij, die vermogen te denken en te handelen. 

Dit geschiedt maar al te dikwijls in misleidende zin, zelfs in misdadige zin, waarom zou dit ook niet ten goede, in opwaartse spirituele zin kunnen geschieden? 

Hij, die het inzicht bezit, en dat zijn er velen, volge de weg die hij voor zich ziet! 

Zo hij zich hieraan consequent houdt zullen de resultaten niet op zich laten wachten. Zijn gezondmaking, zijn heiligmaking, spiritueel en stoffelijk, zullen een blijde getuigenis vormen. 

Hij, die wéét dat deze Waarheid realiseerbaar is werke aan deze opdracht Gods, opdat ook de wereld wete!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene