Lood

De handelingen van de mensen zijn de uitdrukkingen van zijn innerlijke bewustzijnsstaat, de organisch chemische elementen-tekening dwingt hem tot een bepaalde levenshouding, vooral wanneer deze mens instinctief en onbewust leeft. 

Alle disharmonische uitingen in de levensinstelling zijn een  gevolg van een onevenwichtige samenstelling der individuele elementen. Lichamelijk en geestelijk evenwicht gaan maar al te dikwijls samen. 

Hetgeen niet wil zeggen dat een uiterlijk gezond en krachtig schijnend mens tevens een spiritueel mens zou zijn. 

Er moet echter een evenwicht zijn tussen de natuurlijke en geestelijke ademhaling indien de mens de bezieling wil vinden die zo noodzakelijk is voor een edele levenshouding. 

Het is vanzelfsprekend dat in het levenssysteem de metalen juist daar worden gebruikt waar zij nuttig en noodzakelijk zijn en hun karakter kunnen uitdragen, zoals dit te zien was bij het koper en het ijzer. 

Het lood heeft evenzo zijn plaats in de menselijke samenleving. 

Als saturnaal metaal bezit het een afsluitende functie, zoals de planeet Saturnus beschouwd wordt als een bewaker, een onverzettelijke rots. 

Deze kenmerken zijn eveneens te herkennen in het type mens dat onder een saturnale instraling wordt geboren.  

De bewaking of bescherming van Saturnus, die soms een zeer helpende invloed kan uitoefenen, is duidelijk herkenbaar bij de aanwending van de röntgenstralen, waarbij het lood de mens  moet beschermen tegen de schadelijke invloed van de bestraling. 

Een gevangenschap werkt beschermend indien de gevangene niet tegen de vreemde invloeden bestand is. 

Dit is terug te vinden in de religieuze gedragslijn van de mensen, waar velen bescherming zoeken tegen de hen vreemde en beangstigende indrukken van een niets ontziende tijd. 

De röntgenstralen, als vertegenwoordigers van de trillingen der mysterieplaneten, kunnen door de mens van het zevenvoudige natuursysteem nog niet verdragen worden. 

Het lood, Saturnus, beschermt hen daartegen, als een waarachtige bewaker van de poort tussen de bekende levenssfeer en  de sfeer van de mysterieplaneten. 

Overal waar het lood wordt aangewend heeft het de taak om een bepaalde materie, een sfeer, een idee op te sluiten of te beperken. 

In de boekdrukkunst werd het lood aangewend om de gedachte te begrenzen binnen de letter, het boek. 

Saturnus en zijn lood roepen de mens een "halt" toe, zoals het gebeente dat door Saturnus wordt geregeerd, de mens opsluit in een menselijk geraamte, waaruit hij niet vrijkomt en dat zijn menszijn kenmerkt. 

De door Saturnus geregeerde mensen noemt men meestal bekrompen, besloten en beheerst door de gesloten cirkel van de eigen gedachtengang. 

Voor de sterk aan de materie gebonden mens kan het lood een zegenrijke werking hebben, omdat het hem belet buiten zijn eigen "grenzen" te gaan en hem dus weerhoudt van ondoordachte impulsieve handelingen. 

Voor de naar de geest zoekende mens is dit saturnale lood echter een beletsel, een obstakel dat hij overwinnen moet en zo hij door de omstandigheden opgesloten wordt in een saturnale overheersing, zoals wij dit zien gebeuren in dogmatische leringen,  dan komt uit het lood de giftige werking vrij, die de mens belet de geest te volgen. 

Saturnus wordt dikwijls afgebeeld als een satanisch grijnzende wachter, die de ziel weerhoudt haar terugweg tot de geest te voleinden. Alle vormen van beslotenheid en verzet tegen een vernieuwing of een doorbraak worden geïnspireerd door Saturnus. 

Het lood wordt beschouwd als het laagste metaal; Saturnus wordt geïdentificeerd met Satana?l, de macht die de mens weerhoudt  van een geestelijke groei. 

Lood is een giftig metaal. 

Loodvergiftiging brengt aftakeling, een snel ouder worden dat te wijten is aan de loodvergiftiging van de levensether of vitaliteit  die de mens ontvangt door een wisselwerking tussen geest en natuur. 

Het lood, Saturnus, staat tussen de geest en de natuur en tracht de geestelijke trillingen te vergiftigen, zodat de mens noodgedwongen binnen de saturnale kringloop blijft. 

Loodvergiftiging draagt de karakteristiek van vergiftiging door een afsluiten; de mens verbreekt zijn verbintenis met de geest, de levensbron, en zo wordt de levenswil ontkracht. 

De vergiftigde mens wordt geheel en al in zichzelf besloten, er komt geen gezonde levenstrilling meer binnen en hij wordt blauwachtig bleek, hij krijgt een loodkleur. 

Zo is hij getekend als de gevangene van Saturnus. 

Saturnus, zo zeggen de astrologen, behoort bij de dood. 

Oppervlakkig bezien zou Saturnus dus slechts een fatale invloed hebben op het menselijke organisme en op zijn geestelijke  streven. 

Alchemisch beschouwd is Saturnus de wachter aan de poort van deze natuur en de naar de geest strevende mens zal deze poortwachter, deze bewaker van het rijk des doods, veranderen, omzetten in een wijze en ervaren wachter, grijs geworden door hetgeen hij heeft aanschouwd en doorgemaakt. 

In de oude boeken wordt hij ook altijd voorgesteld als een gebogen grijsaard, die zijn wacht graag zou overdragen indien er slechts een gegadigde zou zijn die zich met zijn wijsheid meten kon en het geheim van zijn adeldom zou begrijpen. 

De saturnale dood verleent de woorden "dood waar is uw prikkel" een diepe betekenis, omdat zijn dood het geheim van de weder-opstanding in het rijk achter de poort betekent. 

Het is begrijpelijk dat bij Saturnus de oerzonde van de gierigheid behoort: de mens stikt in de eigen opsluiting, in de beperkte gerichtheid op zijn bezit, dat hij niet met anderen kan delen. 

In de maatschappij kan men de saturnale heerschappij overal tegenkomen, maar hij is vooral kenmerkend in de boekdruk-kunst, het rijk van het lood waar zo veelvuldig de woorden "niets uit deze uitgaven mag overgenomen worden buiten medeweten van de uitgevers" worden gebruikt. 

De macht van Saturnus dwingt de aanwenders van het lood tot begrenzing en tot een gierigheid. 

Dat wat door het lood begrensd wordt, de gedachte binnen de letter, mag niet daaruit worden verlost zonder dat de dienaren van Saturnus hiervan op de hoogte zijn en het voor en tegen kunnen afwegen. 

De denkbeelden, ontnomen uit verre sferen, uit geestelijke trillingen, zijn maar al te dikwijls gedoemd hun onaardsheid te verliezen zodra zij prijsgegeven worden aan de loden om-manteling, aan de bewerking tot boek of geschrift. 

Hoeveel moeite moet de lezer vaak doen om de reine essentie van het gedachtenbeeld uit de gedrukte letter weer vrij te maken? 

En is de poging om van de gesproken taal een schrijftaal te maken niet een bewerking van het woord om dit aan te passen aan  de loden omheining van de gedrukte letter? 

Het gesproken woord is daarna als de mens zelf: een door een saturnale omheining gevangen genomen ziele-essentie, die wacht totdat er iemand bereid is haar te bevrijden. 

Hebt u nooit bemerkt hoe boeken "sterven" wanneer zij van tijd tot tijd niet worden aangeraakt en doorgebladerd? 

Dit heeft te maken met die individuele inspiratie die het woord deed leven, die bevroren werd in het loden harnas, en  hunkert naar een levende trilling zoals een aanraking, die het wederom tot vibratie wekt. 

Boeken vertegenwoordigen hun scheppers en vormen in de boekenkast een levende trillingsmuur die zowel opbouwend als afbrekend kan werken, afhankelijk van hun inhoud. Het woord, uitgesproken dan wel gedrukt, moet vrij blijven om zijn weg te kunnen kiezen. 

Men mag het niet de saturnale vloek opleggen van een vrijheidsverbod. 

De gedachtentrilling achter het woord moet haar eigen weg  blijven zoeken wil zij levend blijven en zodra men zegt: "Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen" sluit men de gedachtentrilling op en wordt zij overgegeven aan de angst van de gierigaard. 

Er wordt gevreesd dat er iets van het eigen bezit verloren zal  gaan. Een typische gedachte van de door Saturnus beheerste mens, groep, instelling of arbeid. 

Is een spirituele gedachte ooit een individueel bezit? 

Kan de geest een verbod worden opgelegd? 

Geestelijke gedachten worden altijd geput uit eenzelfde geestelijke bron die niemands bezit is, maar in eeuwigheid bestaat ten dienste van allen. 

Geestelijke denkbeelden moeten voortgang vinden, onverschillig via welke weg, via welke persoon. 

Degene die de spirituele inspiratie ontving doet afstand van zijn eigendomsrecht op het moment van de overdracht. 

Het eigendomsrecht bestaat niet in de spiritualiteit.  

Dit is slechts bekend binnen de zevenvoudige natuur, in het brein van de aan de zevenvoudigheid en aan de wachter Saturnus geketende mens, waar de gierigheid als Één van de oerdriften of oerzonden gekenschetst wordt. 

Mensen die vanuit hun begrensde denken erop uit zijn anderen in hun denkmethode, hun overtuiging op te sluiten, zullen hierin slechts slagen wanneer zij hun woorden met "aplomb" brengen. 

"Plomb" is het Franse woord voor lood. 

Ook het Hollandse woord "plomp" betekent gebrek aan beweeglijkheid. 

Mensen die er steeds op gericht zijn anderen van hun mening te overtuigen zijn in hun denken onbeweeglijk, en zij verzieken zichzelf door hun pogingen die nimmer een totaal succes boeken. 

Zoals de gierigaard fanatiek is in zijn bezitsdrift zo is de betweter fanatiek in zijn eigen overtuiging waardoor hij zichzelf afsluit van vernieuwende ideeën. 

De geestelijke verzieking ontstaat ook hier door een afsluiten van de toevoer van herscheppende, vernieuwende trillingen. 

Consequent doorgevoerd brengt zulk een levensinstelling een verwijdering tussen natuur en Geest, schepsel en God. 

Tot de Geest zich terugtrekt en de mens overlaat aan zijn saturnale gevangenis met als gevolg: aftakeling, het wegebben aan de levenskracht, bitterheid en het vervroegd ouder worden. 

Het lood sluit zich zo op in zijn loodoxyde, opdat andere krachten het niet zullen aantasten. 

Ieder element, ieder metaal en ook ieder schepsel wordt antipathiek zodra men het uit zijn samenhang met de andere elementen, metalen en schepsels haalt. 

Het wordt "zondig", het stelt zich buiten de bezielende levens-kracht, en daar waar een bepaald element in de mens domineert, wordt ook hij "zondig", zoals de overgave aan de oerzonden deze karakteristiek zo duidelijk typeert. 

In samenwerking met de andere metalen, elementen, kent echter elk metaal zijn eigen taak in de ontwikkeling van de mens, zowel geestelijk als lichamelijk.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene