Distillatie

Het proces waarover Paracelsus spreekt is de realiteit van de procedure der zieleverlossing. 

Alle religies ter wereld beogen tenslotte de verlossing van de ziel, de zondige ziel, zoals men veelal zegt. 

Paracelsus, de gnostieken en de alchemisten zien deze verlossing als een omzetting, het veranderen van de oude mens in de nieuwe mens. 

Feitelijk het herstel van de oorspronkelijke goddelijke mens. 

De kerkelijke religies menen dat de ziel de verlossing ingaat na  een leven van humanisme en rechtschapenheid. 

De alchemische en gnostieke groeperingen baseren de verlossing op een totale herschepping, zowel van ego als van ziel. 

De primitieve idee over de verdorvenheid van het ego houdt slechts stand wanneer men van het gedegenereerde ego uitgaat, dat bewust op eigenbelang is ingesteld. 

Op de vierde graad: het verrotten, volgt de vijfde graad: het distilleren. 

De distillatie is een zuiveringshitte. 

In deze zuivering veranderen de materialen, zij kunnen in hun tegendeel veranderen. 

De vijfde graad is dus een ingrijpend proces. 

De essentie van het materiaal wordt puur en declarerend naar buiten gebracht. 

In de vijfde graad wordt de kandidaat aan een intens reinigende hitte blootgesteld, om te onder zoeken wie en wat hij is. 

Slechts zij, die de voorbereiding van de eerste vier graden hebben doorstaan zullen gereed zijn om deze distillatie-hitte te ondergaan. 

Ten eerste omdat zij weten dat deze onontkoombaar is en ten tweede omdat zij geen angst hebben voor een declaratie, noch vrezen zij voor de afgrond-van-het-niets geplaatst te worden, omdat de eerste vier graden voldoende innerlijke waarden hebben verzameld om een geestelijke zekerheid te bezitten. 

De imitatie van deze vijfde graad vinden we in de persoonlijkheidssplitsing, het scheiden van lichaam en astraal voertuig onder invloed van de Ik-concentratie. 

Concentratie is de hitte van een verbranding, waarbij de etherische verbinding tussen het denken en het astrale voertuig wordt verbroken, slechts het "zilveren koord" tussen de milt-lever-poort en het astrale lichaam blijft nog intact. 

Hetzelfde effect verkrijgt men door het innemen van chemische middelen. 

De daarop volgende uitstapjes van het astrale lichaam hebben echter niets met de ziel te maken, en vormen niet de distillatie van Paracelsus, maar zijn een schijnbare afscheiding. 

Distillatie volgt op een innerlijk rijpen, het verborgene wordt aan de zuiverende hitte blootgesteld, opdat het zich verheffe uit de onreinheid. Een bedrieglijke overeenkomst dus met de occulte concentratie, waarbij men het astrale voertuig heen zendt voor allerlei doelstellingen. 

De ziel leidt nooit tot scheiding tussen het astrale lichaam. want  zij heeft beide lichamen nodig om zichzelf uit te drukken. 

Een verbroken harmonie tussen het zichtbare en het onzichtbare lichaam is een beletsel voor de ziel. 

De ziel, als oeratoom van het oorspronkelijke volmaakte lichaam, moet haar verlossing vinden via het materiaal van het zevenvoudige stoflichaam. 

Een verharding of een versterking van het ego veroorzaakt een te grofbesnaard stoflichaam, waardoor de ijlere, hogere lichamen zich niet kunnen uitdrukken, niet kunnen medearbeiden aan het gehele proces. 

De vijfde graad van Paracelsus vindt voornamelijk plaats in het denken, het is een overdenkingsproces. 

"De doodskop of het lichaam moet met zijn eigen water nat gemaakt worden, waarna dit weer wordt verwijderd", zegt Paracelsus. 

Het overdenken is als een geplaatst worden tegenover een  spiegel, het materiaal van de maan, en daaruit moet voortkomen het inzicht, de herkenning, de waarheid over zichzelf. 

De imitatie-distillatie, zoals vooral de maangroeperingen bewerken, plaatst de kandidaat nooit tegenover zichzelf, maar altijd tegenover iets of iemand buiten hemzelf. 

Daardoor wordt de verandering vermeden, waarop Paracelsus doelt: "Zoete dingen worden scherp en zuur als vitriool, bittere, scherpe dingen worden zoet als honing." 

Er is geen occulte concentratie of meditatie die de kandidaat voor de bitterheid van zijn eigen innerlijk plaatst, voor de waarheid van zijn vitriool-wezen. 

Zodra de kandidaat zich aan de distillatie overgeeft, ontwaart hij zijn innerlijke bezit, dat zich als een damp (zoals bij distillatie)  van hem vrijmaakt en door concentratie wederom tot een vloeistof wordt, een water, een ontvankelijke materie. 

Deze nieuwe materie is dan zuiver, vermengt zich niet meer met  de ego-trillingen. 

In het spirituele omzettingsproces gaat het natuurlijk om een etherische trillingssom van de mens. 

Zoals het hogere zich van het lagere gaat scheiden bij de verrotting, zo plaatst men nu het eindproduct voor de distillatie. 

Het proces van zuivering vindt dus voortgang, steeds fijner genuanceerd voortgang. 

Bijbels gezegd: De Judas wordt aan de Paasmaaltijd toegelaten, maar hij wordt van tevoren reeds herkend. 

De distillering wijst de individuele, in de mens wonende Judas, aan. 

Hij moet zelf deze Judas herkennen zodat hij hem op het juiste moment kan aanwijzen. 

Deze vijfde graad kan, of de vijfpuntige geboortester worden van de nieuwe, zuivere mens, dan wel de kristallisatie in de Judas-houding. 

Judas was geen slechte discipel, maar slechts een egocentrisch mens, iemand die al het schone, goede en wonderbaarlijke aan  het ego wil opdragen. 

Zowel het Christusprincipe als het Judasprincipe liggen in de kandidaat verborgen, Christus en Judas zijn lijnrechte tegen-stellingen. 

Er komt altijd een ogenblik waarop er gekozen moet worden tussen twee levensprincipes: het vernieuwende, heiligende leven, d.w.z. de ster van de geboortegrot met de punt omhoog gericht, dan wel de ster van de satanische, saturnale bevrediging, met de punt omlaag gericht. 

Beide levensprincipes werken met magie: de magie van de pure ziel of de magie van de satanisch geworden ziel, die het ego verkracht. 

De eerste magie is nooit op eigenbelang uit, de laatste magie is altijd op eigenbelang uit, hoewel dit soms moeilijk te herkennen is. 

Het eigenbelang kan zich uitstrekken over families, bewegingen, groeperingen, zaken en doelstellingen. 

Egocentriciteit wil niet zeggen dat iemand louter op materiële belangen uit is, het kunnen allerlei belangen zijn. 

De drift is een aandoening van het hart, een motorische energie. 

De wil kan men ergens aan onttrekken, men kan iets niet meer willen, maar dan is de wortel van het kwaad nog niet uitgerukt. 

De verrotting werkt op de verbeelding, en de distillatie werkt op het inzicht. 

Om een declaratie te willen moet de mens allereerst inzicht bezitten. 

De wil tot inzicht roept de distillatie op, waarna dit inzicht zijn consequenties aanbiedt. 

Als men meent inzicht te bezitten in het karakter van zijn medemensen of in omstandigheden moet men eveneens inzicht in zichzelf bezitten, zo niet, dan is het inzicht niet volkomen, het is ten dele en daardoor onbruikbaar in het omzettingproces aan Paracelsus. 

Daarom is het gebruik van onbegrepen symbolen een teken van inzichtloosheid. 

Hoe dikwijls wordt het symbool van de vijfpuntige ster van Bethlehem gebruikt voor allerlei doeleinden?

Omdat men meent dat het een stralend symbool is, een teken van vernieuwing en herrijzenis. 

Maar men vergeet dat deze ster slechts waarheid kan worden wanneer daaraan de distillatie, de barensweeën van de geboorte zijn voorafgegaan. 

Men moet altijd de verborgen wereld achter het symbool her-kennen om de taal van het symbool te kunnen lezen. 

Het overgrote deel der symbolen is een etiket geworden waar-mede men een leegte wil bedekken. 

Zodra men een archaïsch symbool daartoe aanwendt wordt het echter ledig, een veelgebruikt teken, een nietszeggend beeld. 

De verborgen taal van het symbool herleeft slechts dan, wanneer het aangewend wordt door hen, die zijn trillingssleutel bezitten. 

Zo is het met de literatuur en met de ritualen. 

De trillingssleutel opent de poorten tot het verborgene. 

De mens bezit binding met hetgeen hem aanspreekt. 

Dat geldt op allerlei gebied. 

Een oude, d.w.z. een meerdere malen gereïncarneerde ziel zal altijd contact bezitten met archaïsche beelden. 

Een jonge ziel staat er als een onbekende tegenover, hij moet nog ontdekken. 

Een oude ziel kan een zware belasting dragen, maar hij kan ook over kennis beschikken, mits hij de sleutel tot de poorten ontdekt. 

Een jonge ziel kan door zijn onbedorvenheid intuïtief de juiste weg kiezen, mits hij zichzelf puur kan houden. 

Alle vordering op een geestelijk Pad is afhankelijk van de bewuste levenswijze van de kandidaat. 

Onbewustheid schenkt geen lering, slechts de ervaringen die opgetekend worden brengen kennis, hetzij de ervaringen uit vorige levens, hetzij de ervaringen uit dit leven. 

Maar wij teren allen op de mikrokosmische erfenis, waarmede  wij ons huidige leven begonnen zijn. 

Deze erfenis kunnen wij niet negeren. 

Het is beter bewust deel te nemen aan het transmutatie-proces, zodat wij op het moment suprème weten waar wij aan toe zijn.

De vijfde graad waarover Paracelsus spreekt kan niet omzeild worden; noch door zich te sieren met de symbolen van deze  vijfde graad, noch door zich te verschuilen achter de kracht en de kennis van anderen. 

Iedere kandidaat moet echter rijpen voordat hij met succes door deze distillatie heenkomt. 

Men moet de leringen, de ervaringen laten doorwerken als een verrotting, een spijsvertering en dan komt altijd het moment waarop men gedistilleerd wordt. 

Men zegt ook wel eens: "het kaf wordt van het koren gescheiden" en dit is een handeling die plaatsvindt wanneer het koren rijp is. 

Zoiets is altijd een ingrijpend proces. 

Wanneer dit proces in de mens plaatsvindt is het een teken dat deze mens rijp, volwassen word bevonden. 

Slechts het rijpe koren of de volwaardige kandidaat weet waartoe zulk een pijnlijke ingreep dient en gaat deze dan ook nooit uit de weg. 

Zij, die dit proces vrezen zijn beangst voor de Judas-dood, de verhanging van het ego-principe. 

De zelfmoord van Judas brengt tegelijkertijd de herrijzenis, waarna het proces voortgang kan vinden, want er is niets meer  dat het zal tegenhouden. 

De geboorte-ster brengt de blijde boodschap van een tweevoudige gebeurtenis: De geboorte van de zuivere natuur, de Jezusmens en de indaling van het Christusprincipe. 

De distillatie is een wedergeboorte waarbinnen de kruisiging  reeds ligt besloten. De barensweeën van deze wedergeboorte vormen de kruisiging van het ego. 

Deze barensweeën etsen de kruisgang in het bloed. 

Voor een zuiver ego, een edel lood, staat reeds bij voorbaat vast dat het zich aan de kruisiging of het vuur moet overgeven. 

Want slechts het zuivere ego stelt zich ter beschikking en slechts het edele lood kan omgezet worden. 

Bezien in dit grootse proces: hoe zinloos en kinderachtig is het  om steeds maar over die ego-belemmeringen te praten. 

Er zijn slechts twee mogelijkheden: het ego wil of het wil niet. 

Het ego dat waarlijk wil bezit direct voldoende kracht om aan het proces mede te werken, het ego dat niet wil ligt doorlopend met zichzelf over hoop. 

Zodra de kandidaat wil gaat er een trilling van hem uit die een  roep verklankt. 

Op die roep snellen gelijkwaardige trillingen toe, komende uit het met hem polariserende trillingsveld en daarmede gaat hij dan arbeiden.  

Deze helpen hem verder en dragen hem, procesmatig, de zes sleutels over. 

De sleutels tot het proces van Paracelsus. 

De zevende sleutel behoeft niet meer ter hand te worden gesteld, want op de werking van de zes sleutels ontsluit zich de zevende schatkamer als een bekroning, een bevestiging. 

Want deze zevende schat, het goud, is ingeboren en wacht slechts om ontdekt te worden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene