Antimonium

Uit het rijk van de zeven metalen kan men komen in het land van de geestelijke trillingen. 

Het goud vertegenwoordigt de zon, die de bekroning is van het stoffelijke en materiële rijk. 

Doch de zon is ook, als licht- en energiebron voor de aarde, het eerste aanrakingspunt voor de trillingen uit het geestelijke levensveld. 

Deze opvatting is zo oud als de wereld en zo kan men deze in diverse oude boeken, zoals het geschrift van Henoch, tegen-komen. 

Het spirituele goud, d.w.z. de geestelijke zon die in het individu als een concentratie van hart- en hoofdkracht zieletrillingen voortbrengt, is de directe verbintenis met de geestelijke wereld.  

Er bestaat echter een overgangsfase van het materiële goud naar het spirituele goud in de mens, deze fase vormt de z.g. Poort van Saturnus. 

Dezelfde saturnale poort waaraan Christiaan Rozekruis in het Scheikundig Huwelijk moest waken. 

Deze overgangsfase staat onder heerschappij van het antimonium, een zilverwit metaal met een sterke glans en van kristallijne structuur. 

Antimonium was het geheime medicijn van Paracelsus en het neemt in de alchemie een eerste plaats in. 

Dit achtste metaal wordt aangewend om de zes metalen: lood, ijzer, kwik, koper, zilver en tin uit hun magna mater te voorschijn te halen. 

Antimonium, zo leert de alchemie, is een overgang tussen de metalen en de niet-metalen, hoewel het dichter bij de metalen  staat. 

Men noemt het in de alchemie de filosofische Saturnus, en het staat zowel met Saturnus als met de zon in verbinding. 

Het is het enige metaal dat uit zilvererts goud kan vrijmaken. 

Deze eigenschappen moet de spirituele mens te denken geven. 

Het goud is bij de mensheid bekend, doch het antimonium slechts ten dele. 

In de handel wordt alleen het stervormige antimonium-kristal als zuiver antimonium erkend. 

De alchemist meent dat slechts de spirituele mens, met behulp van God, het antimonium als medicijn kan aanwenden. 

Bezit men deze kennis eenmaal dan stijgt zijn medische werking boven alle andere medicijnen uit en heeft men geen enkel ander medicijn meer van node. 

Antimonium is als de wachter aan de poort, een wachter onder de metalen die binding zoekt met alle metalen in de mens en tenslotte het goud, de geestelijke essentie, extraheert uit het land van de maan, het zilvererts, of m.a.w. het rijk der natuur. 

In waarheid zal de toebereide spirituele kandidaat altijd wachten totdat dit antimonium hem verbindt met de geest. 

In het antimonium bevindt zich eveneens het kwikzilver, dat in staat is het goud over te dragen. 

De eigenschappen van dit antimonium zijn spiritueel en zij krijgen door middel van het goud verbinding met de materie. 

Niemand, op zeer enkelen na, is in staat het hoogste goud uit zichzelf te sublimeren en daarom kent de mens de werking van  het antimonium niet. 

Zou hij dit schoonste goud bezitten dan was hij terzelfder tijd in het bezit gekomen van het medicijn antimonium. 

Men moet uit dit antimonium het gif trachten af te scheiden, maar dat is onmogelijk zonder dat de mens het karakter van het antimonium kent. 

Zodra hij de werking van het antimonium wil leren kennen moet hij zich in kennis stellen van het tussengebied, gelegen tussen de zichtbare en de onzichtbare sfeer. 

Antimonium bezit grotendeels de eigenschappen van tin; materieel aangewend verhardt het de metalen, zoals de werking van Saturnus de mens kan verharden. 

Het is de taak van het antimonium om de metalen uit hun magna mater vrij te maken, hen uit de omarming van de aarde los te maken. 

Materieel wordt het hiervoor reeds gebruikt, spiritueel is dit nog onmogelijk, gezien hetgeen toegang vindt tot de innerlijke  metalen van de mens. 

Ook het antimonium, evenals het goud, wordt slechts eenzijdig, d.w.z. materieel benut en daarom keert het zich tot zijn tegendeel en heeft een verhardende uitwerking, inplaats van de mens door "de poort" te voeren. 

Zou er een edel spiritueel goudmetaal in deze mens gevonden worden, dan zijn alle metalen direct gereed om uit het donkere aarde-lichaam omhoog geheven te worden. 

Het antimonium is dus in werkelijkheid nog onontdekt, zoals  men nog niet begrijpt hoe Paracelsus zijn heelkracht aanwendde. 

In de oude Chinese geneeskunst was het antimonium eveneens bekend en de Chaldeeën gebruikten het als medicijn, zowel als voor het vervaardigen van vazen. 

Daar waar antimonium wordt aangewend beschikt men over een verbintenis met het onzichtbare gebied. 

Het is een buitenaards metaal, bezit dus voor de aardse mens onbekende trillingen. 

Tin ordent de mens, het plaatst hem in het gebied waar hij behoort. 

Antimonium zoekt de mensen die in het spirituele gebied thuishoren. 

n deze vermaterialiseerde wereld is geen plaats voor het spirituele edele goud, dus helemaal niet voor de werking van het antimonium. 

In de verre oudheid kende men het antimonium, omdat men dichter bij de edele werkingen van het goud stond. 

Nu kent men het het beste als legering, vermengd met een ander metaal om hardheid te verkrijgen. 

Maar het wordt altijd gebruikt om iets over te brengen, in het lettermateriaal, bij de vuurwerkmakerij, bij de verfstoffen. 

Antimonium is een overdrachtselement, hoewel men zijn bedoeling niet verstaat, zodat het gedwongen wordt zich te ver-mengen met mindere metaalsoorten. 

Als het universele medicijn bevat het de trillingen uit het rijk buiten de zevenheid en het kan de ziel bereiken om haar te genezen. 

Het onderwerpt de hoogmoedigheid van het klatergoud en het is een onaards gif evenals een onaards medicijn. 

Het is gelijk de tweevoudige Saturnus: tweevoudig, de "terra nigra" of de Saturnus philosophorum. 

Zijn uitwerking is afhankelijk van het goudgehalte van de mens. 

Het scheidt het goud van het zilver. 

Goud dat in de greep ligt van het zilver is nog niet autonoom. 

Goud, dat gebed ligt in zilvererts, is afhankelijk van de verbeelding, die het zilvererts of het maanmetaal doorgeeft. 

Maar het goud dat door het antimonium afgescheiden wordt is autonoom, zoals de edele spirituele mens een individuum ge-worden is. 

Zulk goud kan "de poort" doorgaan, een dergelijk individuum bezit een vernieuwd denken dat direct in binding staat met het rijk achter de poort. 

Dit denken kent de eerstehands kennis, het heeft geen behoefte aan hulpmiddelen, het arbeidt slechts samen met antimonium, als de poortwachter. 

Het individuum of het goud wordt dus werkelijk eenzaam, verheven tot een enorme hoogte, zodat zelfs het maanmetaal, het zilver, zich aan hem onderwerpt. 

Deze beeldspraak kunnen wij doortrekken tot het zo populaire gezegde: "Spreken is zilver, maar zwijgen is goud." 

Twee edele metalen, twee uitdrukkingsvormen. 

Het zilver geeft onbewust en direct weer hetgeen het waarneemt, zoals een spreker kan doen. 

Vele woorden worden onbewust uitgesproken, impulsief reflecterend hetgeen in het denken of in het hart omgaat. 

Goud hult zich in het zwijgen van de adeldom. 

Er is een hautain zwijgen, maar eveneens een zwijgen uit innerlijke adel. 

Er zijn vele soorten van zwijgen. 

Er is het ledige zwijgen, als er een leegte verborgen moet  worden. Dit is de klatergouden werking. 

Er is ook het intelligente zwijgen, omdat men het innerlijke goud niet wil degraderen. 

De edele spraak, als het edele zilver, is altijd een reproducerende gave, want het berust op de zwijgende, verborgen bron van het zielegoud. 

Goud en zilver, zoals men hen ook in de aarde vindt, gaan dus vaak samen. 

Er is een wisselwerking tussen zwijgen (goud) en spreken (zilver). 

De afscheiding tussen beide maakt het antimonium. 

De wijze, edele, verheven mens onttrekt zich aan het spreken, het "babbelen". 

Dit gelukt hem slechts wanneer het antimonium actief in hem is. 

Het is een handeling vanuit de achtvoudigheid, de zevenvoudige natuur die geïnspireerd wordt door een rijk buiten haar. 

De inspiratie, spiritueel gesproken, om te kunnen zwijgen en spreken op het juiste moment is een impuls vanuit het gebied achter de poort, die het zevenvoudige gebied met het geestelijke rijk verbindt. 

Zulke mensen zijn zeldzaam. 

Er verbergen zich velen achter geleuter en gepraat, maar even zovelen verbergen zich achter de stilte van het hautaine en ledige zwijgen. 

De geheimen van de zeven metalen worden pas volkomen gekend wanneer het individu gehoor geeft aan de edele karakteristiek van deze metalen. 

De mensen behelpen zich op aarde met het woord als doorvoer-kanaal, het woord is Één van de hoogste en duidelijkste uit-beeldende vermogens. 

Het woord is een maangeleider. 

Men kent in deze schijn-religieuze maatschappij de "meesters van het woord", reproduktieve kunstenaars, spelend met hun aan-geboren zilverbezit. 

Er is een manier om, zonder het woord, tot een doorgave te komen. 

Niet met behulp van wilsoverdracht, maar eerder door geleiding van het individuele antimonium, dat ook wel eens de geremde Mercurius of zoals de alchemisten zeggen, "onze" Mercurius genoemd wordt. 

Het antimonium legt Mercurius, als boodschapper der goden, aan banden, concentreert hem in Één gebied zonder dat kwikzilver-achtige op en neer snellen van het Boven naar het Beneden. 

Als Mercurius (kwik) zich slechts in eenzelfde trillingsgebied behoeft te bewegen omdat het individuum zich opgetrokken heeft in de hoogste sfeer (het Boven), gaat hij samenwerken met het antimonium. 

Waaruit blijkt dat in het denken, gevoed door alle metalen en stralende met een edele goudglans, een hoge geestelijke gaven en een universeel medicijn besloten ligt. 

Het denken is een middelpunt van vele activiteiten, helende, heiligende, ziekmakende en verderfelijke. De schijnreligies weten dit heel goed en werken in vele gevallen met de denkkracht. 

Hun denken onderwerpende aan de maanstralingen geven zij beeltenissen door aan de van hen afhankelijke aanbidders. 

Zodra men het denken gevangen geeft, aan wie dan ook, wordt men een slaaf, want het kan minstens zo ontvankelijk worden als het hart. 

Het denken is dikwijls gemakkelijk gevangen te geven wanneer het hart zwak is; het hart maakt het denken plooibaar, een ontoegankelijk hart maakt het denken gesloten. 

Het besloten worden binnen een cirkelgang van geïnjecteerde gedachten maakt de mens het slachtoffer van willekeurig welke inspiratie-bron. 

Is de mens onafhankelijk dan kan hij slachtoffer worden van zijn eigen hart, zijn verborgen emoties inspireren zijn denken en hij wordt de gevangene van zichzelf. 

Het antimonium is het enige metaal dat deze ommuring kan doorbreken en dat betekent dat de trilling vanuit het Hoogste Gebied het enige medicijn is dat het denken kan onttrekken aan de inbeelding van het zieke hart. 

Een ziek, emotioneel gestoord hart of gemoed vergiftigt het denken, de onvolledige ziel wordt verziekt door een verkeerde metaal-legering. 

In de astrologie wordt er van uitgegaan dat het zilver een symbool is van de ziel en het goud een symbool van de geest. 

Geest en ziel liggen tezamen gebed in hun magnum mater, maar de zilveren ziel is nog niet de autonome ziel, maar slechts de doorgevende, de ontvankelijke ziel. 

In de astrologie kent men als het hoogst bereikbare: het goud. 

In de alchemie kent men slechts het samengaan van zilver en goud, als hart en hoofd of als ziel en geest, waarna het universele medicijn, het antimonium, zijn zelfstandige werk kan doen. 

Goud is het hoogst bereikbare binnen de poort der zevenheid, goud is de schoonste uitdrukking, antimonium is kleurloos, een doorzichtig wit, kristalwit. 

Het streven naar het goud, materieel of spiritueel, bewijst altijd  dat men vecht voor een top BINNEN de zevenvoudigheid. 

Het "niet-zijn" is kleurloos, hoewel glinsterende als kristal, rein, doorzichtig en dus nooit protserig. 

Het overgrote deel der mensheid prefereert de zichtbare gouden schittering boven de onpersoonlijke ondefinieerbare kristal-schittering. 

God, de hoogste Trilling, is het ontbrekende element, de ontbrekende schakel binnen de disharmonie der zeven metalen, die elkander bestrijden of zichzelf verheerlijken, zonder de goddelijke tinctuur tot heelmaking te bezitten. 

Als de poortwachter de kandidaat heeft uitverkoren voor zijn opdracht (zoals in het Scheikundig Huwelijk van C.R.C.) gaat  het feest der spitum lauficummakers gewoon door. 

Het antimonium zoekt binding met het spirituele goud en heft het op via zijn eigen kristalheldere straling. 

Dan geeft dit edele goud zijn eigen gouden tint over en zij worden Één: Saturnus, de wijze - het antimonium - en het individuum, de Christusziel, het goud.  

Het goud en het universele medicijn zijn een. 

En in dit grootse einde kan men eveneens aldus omschrijven: Hij, de Vader en de Zoon, Christus, zijn Één geworden, gelijk zij Één waren, voordat de wereld was! 

Laat de taal der metalen u tot een lering worden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene